VFLD - Vlaams Fonds voor Lastendelging
A. Intro
Het Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD) is een Vlaamse Openbare Instelling, die functioneert onder het gezag van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en die op beslissing van de Vlaamse Regering en/of beslissing van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting een gedeelte financiert van de “lasten van het verleden”.
VFLD baseert zijn werking op volgende regelgeving :
=> ingingen
-
Het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995, inzonderheid op artikel 53, gewijzigd bij het decreet van 19 december 1998.
-
Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 houdende vaststelling van de regelen betreffende de werking en het beheer van het Vlaams Fonds voor de Lastendelging, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 februari 1999, 23 juni 2006, 1 september 2006 en 15 juni 2007.
Ingevolge de beslissing van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 kan het VFLD bovendien – tot beloop van maximaal 5 mln EUR – in bepaalde gevallen de gevolgen overnemen van beslagen, tegen de Vlaamse Gemeenschap.
Het zal dit nadien verhalen op het beleidsdomein(departement en/of intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid), dat verantwoordelijk is en/of aanleiding heeft gegeven tot dit beslag.
Art 55 van het programmadecreet 1995
Besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 houdende vaststelling van de regelen betreffende de werking en
het beheer van het Vlaams Fonds voor de Lastendelging
B. Duiding :
(Deze duiding geeft enkel inzicht in de werking en bindt niet het VFLD.)
Worden als “lasten van het verleden” beschouwd:
verbintenissen, waarvan de oorsprong dateert voor de bevoegdheidsoverdracht
naar de Vlaamse Gemeenschap/Gewest, maar waarvan de gevolgen ten laste vallen
van de Vlaamse Gemeenschap/Gewest ingevolge de bepalingen
van de Bijzondere Financieringswetten, al dan niet aangevuld door rechterlijke
beslissingen.
Worden eveneens als lasten beschouwd: “de lasten, daartoe
aangeduid door de Vlaamse Regering”. In praktijk aanvaardt de Vlaamse Regering de
aanwijzing, wanneer de impact van de last voor het betrokken beleidsdomein een dermate impact heeft, dat de ten laste neming de
continuïteit van het gevoerde beleid in het gedrang brengt en wanneer de
oorsprong van de last zich situeert in vorige regeerperiodes.
Volgende situaties verduidelijken dit:
1) een geldelijke toekenning van niet-terugvorderbare
humanitaire hulp via het Rode Kruis Vlaanderen aan de slachtoffers en hun
nabestaanden van de vliegtuigramp te Oostende in 1997;
2) uitbetalingen in het kader van de dossiers Duinendecreet:
Deze dossiers omvatten voornamelijk onteigeningen op voordracht van het
Instituut voor Natuurbehoud met het oog op de bescherming, de ontwikkeling en
het beheer van de maritieme duinstreek, aangeduid als beschermd duingebied of
voor het duingebied belangrijk landbouwgebied
Zoals alle andere verplichtingen vallen “lasten van het
verleden” in principe volledig ten laste van de beleidsdomeinen (en/of hun
agentschappen), onder wiens bevoegdheid de werken,
diensten, subsidies, regelgevingen, etc. ressorteren, die aanleiding hebben
gegeven tot deze last. Door de erkenning als “last van het Verleden” wordt een
belangrijk gedeelte van de verplichting gefinancierd door het VFLD.
Door de gedeeltelijke financiering, via het VFLD, wordt voorkomen/beperkt dat beleidsdomeinen de ten
laste neming vooruitschuiven en uitsluitend voorrang geven aan hun courante beleidsuitvoering. De vooruitschuiving
leidt immers, ten gevolge van de voortlopende wettelijk interesten vaak tot
beduidend hogere financiële lasten in de toekomst. Bovendien leidt zij vaak tot
ernstige imago-schade voor de Vlaamse Gemeenschap.
C. Nieuwe voorwaarden vanaf 2012 voor de aanrekening van dossiers op het Vlaams Fonds voor de Lastendelging
Vanaf 2012 zijn strengere regels van toepassing voor de aanrekening van dossiers op het Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD).
Een audit bracht aan het licht dat de jaarlijkse bevraging die het VFLD organiseert, niet altijd een volledig beeld oplevert van alle geschillen tegen de Vlaamse overheid. Bijna de helft van de geschillendossiers die het VFLD ten laste neemt, werden nooit op voorhand aangemeld.
Dit bemoeilijkte de opmaak van de begroting, en zorgde soms voor onaangename verrassingen. Men kon immers niet tijdig vaststellen welke grote financiële dossiers ten laste zullen moeten genomen worden.
Omwille van het principe van vooruitziendheid en goed bestuur, is het van belang dat het VFLD, en bij uitbreiding de hele Vlaamse Regering, een goed beeld heeft van de dergelijke dossiers, die in de pijplijn zitten. Zo kan beter geanticipeerd worden, en kunnen de budgettaire ramingen voor de komende jaren tijdig worden bijgestuurd.
Ook het begrip hoofdsom zorgde voor kopbrekers. Er was onduidelijkheid of interesten die gekapitaliseerd worden, bij de hoofdsom gerekend moesten worden of niet.
Verder wilde de Vlaamse Regering de slagkracht van het VFLD verhogen, door de mogelijkheid tot second opinions en kantonnement in te voeren.
De belangrijkste nieuwe regels voor het VFLD zijn dan ook:
- Indien een dossier niet of laattijdig gemeld wordt aan het VFLD, dan zal het beleidsdomein een groter deel van de lasten moeten dragen.
Voor de hoofdsom blijft de verdeelsleutel hetzelfde, (nl. 90% voor het VFLD - 10% voor de betrokken entiteit), maar het plafondbedrag dat de entiteit maximaal ten laste moet nemen, wordt opgetrokken tot 2 miljoen euro.
Voor de verwijlinteresten is de verdeelsleutel niet langer 50% voor het VFLD - 50% voor de betrokken entiteit, maar voortaan 10% voor het VFLD - 90% voor de betrokken entiteit. De betrokken entiteit zal dus een groter deel van de verwijlinteresten ten laste moeten nemen. Ook hier wordt het plafondbedrag dat de entiteit maximaal ten laste moet nemen, opgetrokken tot 2 miljoen euro.
Bij niet-melding, of laattijdige melding, leidt dit tezamen dus tot een maximale meerkost van 2 miljoen euro (maximaal 1 miljoen euro in de hoofdsom + maximaal 1 miljoen euro in de verwijlinteresten).
Een dossier moet aangemeld worden van zodra de last (hoofdsom + interesten) oploopt tot 500.000 EUR of meer. De meldingsplicht ligt op de leidend ambtenaren van de departementen, van de verzelfstandigde agentschappen, maar ook van de Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen. Indien man nalaat van het dossier te melden, dan zal het beleidsdomein dus een grotere last moeten dragen, zoals hierboven beschreven.
Wordt het dossier wél tijdig gemeld, dan blijven de huidige verdeelsleutels van toepassing.
Deze regels gelden enkel voor ‘schadedossiers’ (= geschillendossiers/rechtszaken).
-
Het VFLD kan second opinions aanvragen.
De Vlaamse overheid wil er zich in dossiers met een grote impact op de begroting, van vergewissen dat ze correct geadviseerd wordt. Sommige advocaten kunnen er immers een belang bij hebben om de procedure te rekken, wat een vertekend beeld kan geven van de slaagkansen.
In het verleden werden daarom al eens ‘second opinions’ gevraagd. Deze praktijk wordt nu in het VFLD-Besluit verankerd.
Het resultaat hiervan kan zijn dat er bvb. een dading wordt afgesloten, of dat het geheel of een gedeelte van de schuldvordering gekantonneerd wordt, zodat de gerechtelijke interesten niet meer lopen.
-
Duidelijke definitie hoofdsom.
Zowel het Rekenhof, als de Inspectie van Financiën, uitten reeds meerdere malen kritiek op de ontoereikende definitie van “hoofdsom”. Dit begrip leidt immers tot interpretatieproblemen. Als interesten vervallen, worden ze immers “gekapitaliseerd” … in de hoofdsom, en het VFLD hanteert een verschillende verdeelsleutel voor de hoofdsom en voor de interesten.
Daarom wordt hoofdsom voortaan duidelijk gedefiniëerd als het bedrag van de schuld zonder kosten, vergoedingen, interesten en boeten. In geval van een dading, kwijtschelding of gerechtelijke uitspraak betreft dit het herleide oorspronkelijke bedrag van de schuld zonder kosten, vergoedingen, interesten en boeten.
-
Het VFLD kan kantonneren.
Het VFLD kan overgaan tot minnelijk kantonnement. Dit betekent dat een bedrag ten belope van het geheel of een gedeelte van de schuldvordering op een geblokkeerde rekening wordt gestort.
De partijen beslissen samen in afwachting van het geschil de gelden te blokkeren. Een minnelijk kantonnement zorgt ervoor dat de gerechtelijke interesten niet meer lopen.
De nieuwe geconsolideerde versie van het VFLD-besluit vindt u op de website van de Vlaamse Codex:
http://www.codex.vlaanderen.be/Portals/Codex/documenten/1003965.html